Actueel

Werkgevers: Let op het schriftelijkheidsvereiste van de aanzegging!

Inmiddels is bij het leeuwendeel van de werkgevers ongetwijfeld bekend dat zij in de meeste gevallen één maand voor het aflopen van een dienstverband voor bepaalde tijd aan de werknemer moeten laten weten of de arbeidsovereenkomst wél of niet verlengd wordt, en zoja, onder welke voorwaarden dat zal zijn. Dit wordt ook wel de ‘aanzegplicht’ genoemd.

De uitzonderingen op de aanzegplicht zijn schaars, te weten:

  • als bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen dat deze eindigt op een tijdstip dat niet op een kalenderdatum is gesteld; of
  • als de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een periode korter dan zes maanden.

Uitgangspunt is dus de aanzegplicht. Wordt deze door de werkgever helemaal vergeten of wordt er te laat aangezegd, dan is er een vergoeding verschuldigd van maximaal één maandsalaris. Belangrijk is dat deze aanzegging schriftelijk wordt gedaan, een mondelinge aanzegging volstaat niet. Dat werd al duidelijk in een uitspraak van de kantonrechter te Rotterdam van 5 juni 2015 en recentelijk oordeelde een kantonrechter te Apeldoorn andermaal in dezelfde lijn.

Dit bewijst maar weer eens dat het van belang is dat de nieuwe regelgeving op grond van de Wet Werk en zekerheid (WWZ) strikt wordt nageleefd. De bewijslast dat de aanzegging schriftelijk is gedaan, ligt bij de werkgever. Het is daarom belangrijk voor de werkgever dat deze aan kan tonen dat er aan het schriftelijkheidsvereiste van de aanzegplicht is voldaan.

Hebt u vragen over dit onderwerp, neemt u dan contact op met één van onze arbeidsrechtadvocaten.