Actueel

Overkreditering: de hypotheekbank heeft een onderzoeksplicht!

Overkreditering: Onlangs heeft het Gerechtshof Arnhem een interessante uitspraak gedaan over de aansprakelijkheid van een bank (Rabobank) bij het verstrekken van hypothecaire leningen voor een zogenaamde overwaarde constructie. Eerder hadden het Hof Amsterdam en Arnhem al vergelijkbare uitspraken gedaan (Van Lanschot en ABN Amro Bank).

 

  • Overkreditering als gevolg van overwaarde constructies

In de periode voor de kredietcrisis hebben financieel adviseurs getracht allerhande financiële producten te verkopen waarbij particulieren bewogen werden de overwaarde van hun huis te benutten door verhoging van hun hypotheek of het aangaan van een tweede hypotheek. Het geleende geld werd dan aangewend om te beleggen in aandelen waarbij aanzienlijke rendementen werden voorgespiegeld, waarmee de rente zou kunnen worden voldaan, meestal versterkt met een levensverzekering met forse premie. Dergelijke adviseurs konden voor het aanbrengen van dit soort financieringen en verzekeringen behoorlijke premies opstrijken.

In het te beslissen geval ging het om een constructie waarbij elk jaar ten minste 8% rendement behaald zou moeten worden op de aandelenportefeuille. De consument sloot een beleggingscontract af met een financieel tussenpersoon die de hypothecaire lening onderbracht bij Rabobank middels aan Rabobank te verstrekken formulieren. Het achterliggende idee was dat het verhypothekeerde huis alleen maar in waarde zou stijgen, zodat uiteindelijk de lening zou kunnen worden afgelost bij verhuizing op latere leeftijd naar een kleiner huis of bejaardenflat. Rabobank (en in andere vergelijkbare zaken Van Lanschot en ABN Amro Bank) waren afgegaan op de opgaven van de tussenpersoon. Rabobank had bij het accepteren van de (aanvullende) hypotheek voornamelijk acht geslagen op de taxatie van de woning, maar verzuimd eigen onderzoek te doen naar de inkomenssituatie, overig vermogen en de individuele vooruitzichten, zoals hoogte van het te zijner tijd te verkrijgen pensioen, het moment van ingang van pensioen, gezinssituatie etc.

  • Crisis

Toen de beurskoersen in de jaren 2000-2001 en daarna aanzienlijk daalden en vervolgens de huizenprijzen kelderden liepen de rendementen aanzienlijk terug en kwamen veel mensen met een dergelijke hypotheek in de problemen. Een aantal van hen stelde de Rabobank aansprakelijk voor de schade. Het Hof geeft hen gelijk.

  • Bijzondere zorgplicht

De Rabobank heeft volgens het Hof een bijzondere zorgplicht om overkreditering te voorkomen en consumenten te beschermen tegen het gevaar van eigen lichtvaardigheid en gebrek aan inzicht. Een bank heeft, aldus het Hof, een zelfstandige verplichting om voordat zij een hypotheek verstrekt te onderzoeken of de consument de financiële lasten kan dragen. Daartoe zal de bank een inkomens- en vermogenstoets moeten uitvoeren. De bank had dat onvoldoende gedaan en naar de mening van het Hof had dit in alle onderzochte gevallen er toe moeten leiden dat de bank de kredieten niet had mogen verlenen.

Die onderzoeksplicht staat los van de waarschuwingsplicht voor de risico’s verbonden aan het bestedingsdoel. Rabobank had moeten waarschuwen dat de constructie uiterst risicovol was. Het mocht de bank niet baten dat ook de tussenpersoon een waarschuwingsplicht had. Die tussenpersoon was overigens in casu failliet, zodat daar geen schade viel te verhalen.

Deze zaak heeft betrekking op kredieten die waren aangegaan voor de invoering in 2007 van de wet op het financieel toezicht (Wft) en de Gedragscode Hypothecaire Financieringen (2003) die op dit punt vergelijkbare eisen stellen aan banken. Over de omvang van de schade dient in een vervolgprocedure te worden beslist, maar het ziet er naar uit dat Rabobank uiteindelijk diep in de buidel zal moeten tasten.

Kortom: Een bank dient consumenten te beschermen tegen het te lichtvaardig lenen van geld en heeft een plicht te onderzoeken of de lening passend is om overkreditering te voorkomen. Zij heeft in dat kader een zelfstandige onderzoeksplicht. Ook geldt er een waarschuwingsplicht voor risicovolle beleggingsconstructies. De bank kan zich daarbij niet verschuilen achter een eventuele financieel tussenpersoon.

Indien u te maken heeft met een nadelige financieringsconstructie, neemt u dan gerust contact op met één van de advocaten van de ondernemingsrecht– of faillissementsrecht-sectie van Beks & Beks Advocaten. Zij kunnen voor u nagaan of er iets aan valt te doen en of de bank of tussenpersoon aansprakelijk kan worden gehouden.

auteur: mr. R.V. de Lauwere